Kennisbank
Insights
Alerts!

Kwetsbaarheden verholpen in libssh2 door libssh
libssh heeft kwetsbaarheden verholpen in libssh2 tot en met versie 1.11.1. De eerste kwetsbaarheid betreft een pre-authenticatie denial of service in de SSH_MSG_EXT_INFO handler. Een kwaadaardige SSH-server kan een speciaal geconstrueerde extension_count waarde sturen, waardoor de client in een CPU-uitputtingslus terechtkomt en de verwerking van SSH-berichten verstoord wordt. De tweede kwetsbaarheid zit in de ssh2_transport_read() functie, waar onjuiste bounds checking op de packet_length variabele leidt tot een out-of-bounds write. Dit kan door een aanvaller worden misbruikt om met speciaal geconstrueerde SSH-pakketten een Denial-of-Service te veroorzaken, of in theorie om willekeurige code uit te voeren op het getroffen systeem, indien er geen additionele maatregelen zijn genomen als Address Space Layout Randomization (ALSR). Dit is echter geen gebruikelijke instelling op systemen. Beide kwetsbaarheden zijn aanwezig in alle implementaties die libssh2 versie 1.11.1 of lager gebruiken.
Kwetsbaarheden verholpen in MongoDB Server
MongoDB heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in MongoDB Server. De kwetsbaarheden betreffen verschillende onderdelen van MongoDB Server. Een kwetsbaarheid in de loggingmechanismen kan ertoe leiden dat volledige authenticatiegegevens, inclusief gevoelige credentials, zonder redactie worden vastgelegd in serverlogs tijdens SASL-authenticatiesessies. Een andere kwetsbaarheid in de BSON-validatie veroorzaakt een crash van het mongod-proces door onbeheersbare wederzijdse recursie bij de validatie van geneste binaire data, wat resulteert in een denial-of-service.
Kwetsbaarheden verholpen in Splunk Enterprise en Splunk Cloud Platform
Splunk heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Splunk Enterprise en Splunk Cloud Platform. De kwetsbaarheden betreffen verschillende onderdelen van Splunk Enterprise en Splunk Cloud Platform. Splunk heeft de kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2026-20253 in de PostgreSQL sidecar service endpoint als kritiek beoordeeld en maakt het mogelijk voor niet-geauthenticeerde gebruikers om willekeurige bestanden aan te maken of te verwijderen door het ontbreken van authenticatiecontroles. Een andere kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2026-20251 betreft een Remote Code Execution (RCE) via onveilige deserialisatie van KV Store data met de 'jsonpickle' Python library, waarbij laaggeprivilegieerde gebruikers zonder admin- of power-rollen code op afstand kunnen uitvoeren. Verder zijn meerdere kwetsbaarheden vastgesteld die het mogelijk maken om gevoelige gegevens te exfiltreren via onder meer SSRF-, CSS-injectie- en XSS-aanvallen. Door onvoldoende validatie van URL’s, domeinen en gebruikersinvoer kunnen aanvallers beveiligingscontroles omzeilen, interne systemen benaderen en data buitmaken. Update: Het Splunk Product Security Incident Response Team (PSIRT) meldt dat beperkt en gericht misbruik is waargenomen van de kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2026-20253. De kwetsbaarheid maakt het voor een kwaadwillende mogelijk om bestanden aan te maken of verwijderen en zo de werking van het systeem te verstoren. Voor zover bekend is uitvoer van code niet mogelijk.
Kwetsbaarheden verholpen in Cisco Identity Services Engine
Cisco heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Cisco Identity Services Engine (ISE) en Cisco ISE Passive Identity Connector (ISE-PIC). De kwetsbaarheden kunnen door zowel geauthenticeerde als niet-geauthenticeerde aanvallers worden misbruikt. Een geauthenticeerde aanvaller met administratieve rechten kan speciaal vervaardigde HTTP-verzoeken sturen om willekeurige commando's uit te voeren, wat kan leiden tot Denial-of-Service en privilege-escalatie, waardoor de integriteit en beschikbaarheid van de systemen in het geding komen. Daarnaast kunnen sommige kwetsbaarheden leiden tot ongeautoriseerde informatieontsluiting. Niet-geauthenticeerde aanvallers kunnen eveneens willekeurige code op afstand uitvoeren en toegang krijgen tot gevoelige informatie zoals gehashte inloggegevens. De oorzaak ligt in onjuiste autorisatiecontroles bij toegang tot bepaalde bronnen binnen de systemen.
Kwetsbaarheden verholpen in Oracle Fusion Middleware producten
Oracle heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in verschillende producten binnen de Oracle Fusion Middleware suite, waaronder WebLogic Server, WebCenter Content, WebCenter Sites, WebCenter Portal, WebCenter Enterprise Capture, Identity Manager, Identity Manager Connector, Access Manager, Coherence, Unified Directory, Virtual Directory en Application Development Framework (ADF). De kwetsbaarheden betreffen diverse versies van Oracle Fusion Middleware producten, waarbij een aanvaller met netwerktoegang via HTTP, HTTPS, LDAP, T3, IIOP of RMI protocollen, afhankelijk van het product en de kwetsbaarheid, ongeautoriseerde acties kan uitvoeren. Deze acties omvatten onder andere volledige systeemcompromittering, remote code execution, ongeautoriseerde creatie, wijziging of verwijdering van kritieke data, en het omzeilen van authenticatie. Sommige kwetsbaarheden vereisen gebruikersinteractie, terwijl andere kunnen worden misbruikt door ongeauthenticeerde aanvallers. De kwetsbaarheden beïnvloeden de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de getroffen systemen. Specifieke componenten zoals WebLogic Server Console, Identity Manager Connector, Access Manager Authentication Engine, en Coherence zijn ook getroffen. De CVSS 3.1 basis scores variëren van matig (rond 4.1) tot kritisch (10.0), afhankelijk van de kwetsbaarheid en het product. Exploitatie kan leiden tot volledige overname van systemen en kan impact hebben op andere Oracle producten die afhankelijk zijn van de kwetsbare componenten.








